Mosselmirakel op de Wadden

Mosseltapijt op de Wadden:
Natuur verrast met recordgroei jonge mosselbanken

Wie nu over de drooggevallen platen van de Waddenzee loopt, waant zich niet op zand, maar op een levend tapijt van mosselen. Onderzoekers van Wageningen Marine Research telden een ongekende 7.000 hectare aan jonge mosselbanken — een record dat zijn weerga niet kent. “Zelfs de geschiedenisboekjes melden zoiets niet,” zegt onderzoeker Douwe van den Ende verbaasd.

Dertig jaar geleden zag het er nog somber uit voor de mossel op het Wad. Slechts 200 hectare aan droogvallende mosselbanken bleef over. Er volgde een noodoffensief: mosselzaadinstallaties, convenanten, visverboden — alles werd uit de kast gehaald om de soort te redden. En met resultaat, lijkt het. Maar of die herstelmaatregelen werkelijk dé oorzaak zijn van het huidige mosselwonder, blijft de vraag.

Mosselbank op het wad© Mosselbank met mosselen (Mytilus edulis) met meetpaal bij De Cocksdorp Ecomare via Wikimedia

Want de spectaculaire toename lijkt vooral te danken aan een reeks toevallige natuurlijke meevallers. Zo waren er de afgelopen jaren weinig verwoestende stormen en een opvallend lage stand van garnalen — de grootste vijand van jonge mossellarven. Tegelijkertijd wemelde het van de wijtingen, een roofvis die juist garnalen op het menu heeft. Tot verdriet van de garnalenvissers, maar tot voordeel van de mossel.

“Het laat vooral zien hoe dynamisch de natuur in de Waddenzee is,” zegt Harm Kampen van de Producentenorganisatie Mossel in het AD. “Hoeveel geld we ook in bescherming en pilots stoppen, natuurlijke schommelingen maken dat beleid soms volledig irrelevant.” Het roept de vraag op of bescherming van één soort wel effectief is, als het ecosysteem zélf continu in beweging is.

De jonge mosselen vestigen zich verspreid over zowel beschermde als niet-beschermde delen van het Wad. Mosselkwekers mogen uitsluitend oogsten in de diepere geulen die nooit droogvallen. Na een jaar worden de jonge wadmosselen geoogst en overgebracht naar de Oosterschelde, waar ze verder groeien tot consumptierijpe ‘Zeeuwse mosselen’ — eindigend in een dampende pan op tafel.

Toch blijft het succes van jonge mosselen onzeker. “De meeste halen de vijf jaar niet,” zegt onderzoeker Sander Glorius. Ze worden opgegeten, spoelen weg of liggen op een ongunstige plek. Maar áls een bank vijf jaar overleeft, ontstaat er iets bijzonders: een zelfversterkend systeem waarin jonge mosselen zich aan oudere hechten. Zo ontstaat geleidelijk een stabiele, robuuste mosselbank.

(Bron Foodlog)

ZV en ZVE

ZV en ZVE Praktijkexamens

Op onderstaande data worden, onder voorbehoud van geschikte weersomstandigheden, de praktijkexamens voor Zeevaardigheid (ZV) en Zeevaardigheid Extra (ZVE) georganiseerd door de NZKV (Nederlandse zeekajak vaarders). Wil je deelnemen aan een van de praktijkexamens? Meld je dan aan via de onderstaande inschrijfformulieren. Deze links zijn tevens terug te vinden in de kalender van de NZKV.

ZV Praktijkexamen Zeeland

Inschrijfformulier ZV Praktijkexamen Zaterdag 5 juli 2025

 ZVE Praktijkexamen Zeeland

Inschrijfformulier ZVE-Praktijkexamen Zondag 6 juli 2025

Deelname aan het examen is € 60 exclusief certificaatkosten.

Vernieuwd cursusboek ZVE

Vernieuwd cursusboek Zeevaardigheid Extra (ZVE)

Op 1 januari 2024 is een werkgroep bestaande uit Govert Plugge, Elko Knobbe, Albert-Jan Zijlstra, Max van Uden, Arjan van Brakel en Axel Schoevers (eindredactie) gestart met de herziening van het theorieboek voor de cursus Zeekajak Vaardigheid Extra (ZVE).

Inmiddels is het vernieuwde cursusboek gepubliceerd. Het is te vinden via onderstaande link op de website van het Watersportverbond:

Cursusboek Zeevaardigheid Extra – Watersportverbond

Zeekaart 1801

Zeekaart 1801 (Noordzeekust) vervalt

Per 1 oktober 2025 stopt de Dienst der Hydrografie met de productie van Hydrografische kaart 1801: Noordzeekust, evenals met het uitgeven van de bijbehorende Berichten aan Zeevarenden (BaZ). Deze beslissing is genomen vanwege de dalende vraag naar papieren zeekaarten en de beschikbaarheid van volwaardige alternatieven.

Na deze datum zullen er geen wijzigingen of correcties (BaZ) meer worden gepubliceerd voor kaart 1801.

Alternatieven voor kaart 1801

Als alternatief zijn er de officiële losse zeekaarten voor de Nederlandse kust. Daarnaast publiceert het Duitse NV Verlag jaarlijks de kaartenatlas NL1, specifiek voor de Nederlandse kustwateren. Bij deze atlas wordt een licentiecode meegeleverd, waarmee de kaarten ook digitaal gebruikt kunnen worden via de gratis navigatie-app van NV Verlag.

Let op: de NL1-atlas is niet erkend als officiële zeekaart. Voor SOLAS-verkeer is het gebruik van deze atlas daarom niet toegestaan als alternatief voor kaart 1801. Deze scheepvaartcategorie dient gebruik te maken van de volgende officiële zeekaarten:

  • Kaarten 1630, 1631, 1632 en 1633 (schaal 1:150.000)

  • Gedetailleerdere kaarten 110 (1:75.000), 122 (1:60.000), 125 (1:60.000) en 130 (1:60.000)

Tot slot

Tot 1 oktober 2025 blijft Hydrografische kaart 1801 gewoon beschikbaar. U kunt er tot die tijd veilig mee navigeren en deze kaart wekelijks bijwerken met de BaZ.

Veiligheid

Waar zouden kanoërs zich bewuster van moeten zijn?

Kanoërs realiseren zich niet altijd waar veiligheid precies in schuilt. Het gaat niet alleen om persoonlijke vaardigheden en uitrusting, maar ook om de ondersteuning door de vereniging. Welke (sociale) veiligheidscultuur heerst er binnen jouw vereniging? Worden incidenten verzwegen uit angst voor reputatieschade, of wordt er een open dialoog gevoerd om te begrijpen hoe en waarom het is gebeurd? Incidenten kunnen immers een grote impact hebben op betrokkenen.

Het verzwijgen van incidenten draagt niet bij aan een veilige omgeving en negeert bovendien de gevoelens van de betrokkenen. Dit kan ertoe leiden dat mensen hun interesse in de kanosport verliezen. Open gesprekken helpen emoties te verwerken en gezamenlijk verbeteringen door te voeren. Dit bevordert niet alleen de veiligheidscultuur, maar helpt ook toekomstige incidenten te voorkomen.

Door incidenten te documenteren, kunnen anderen ervan leren. Uiteindelijk wordt niemand oud genoeg om alle fouten zelf te maken.

Citaat;  Zeekajak instructeur Govert Plugge

Noodvuurwerk

Wat te doen met noodvuurwerk dat over datum is?

De jaarwisseling ligt alweer even achter ons, maar de vraag wat te doen met noodvuurwerk dat over de datum is, blijft relevant. Het blijkt namelijk niet eenvoudig om hiervan op een juiste manier af te komen. Na onderzoek kwam de redactie van Zeilen tot de conclusie dat de beste oplossing is om het in te leveren bij een verkooppunt van noodsignalen, zoals een watersportwinkel. Voor een klein bedrag zorgen deze verkooppunten ervoor dat het vuurwerk verantwoord en veilig wordt afgevoerd via een gespecialiseerde verwerker.

Wat opvalt, is dat dit probleem al jarenlang bestaat. Gemeentelijke afvalstations en de politie lijken vaak niet goed te weten wat ze ermee aan moeten. Hierdoor worden watersporters die hun oude noodsignalen willen inleveren nog regelmatig van het kastje naar de muur gestuurd. Dit leidt op sociale media tot discussie, waarbij soms onjuiste of zelfs gevaarlijke adviezen worden gedeeld.

Afsteken met oud en nieuw? Geen goed idee

Het afsteken van overjarig noodvuurwerk tijdens de jaarwisseling wordt vaak genoemd, maar dit is geen veilige optie. Oud vuurwerk is onbetrouwbaar en laat afval achter dat alsnog verantwoord afgevoerd moet worden. Een betere aanpak is om noodsignalen die bijna over de datum zijn te gebruiken tijdens een georganiseerde veiligheidstraining. Dit geeft de mogelijkheid om te oefenen met het gebruik, zodat je in een echte noodsituatie precies weet wat je moet doen. Onder begeleiding leer je bovendien wat je juist wel en niet moet doen.

Handstakellichten: traditionele en moderne opties

Een veelvoorkomend noodsignaal is de flare of het handstakellicht. Dit is een fel licht dat bedoeld is om in geval van nood aandacht te trekken, bijvoorbeeld van een passerend schip of een helikopter.

Hoewel effectief, kleven er nadelen aan deze traditionele signalen. Ze worden erg heet, het licht kan schadelijk zijn voor de ogen, ze branden maar kort, en hun houdbaarheid is beperkt.

Gelukkig is er een modern alternatief: LED-noodlichten. Deze felle lampen werken op batterijen, kunnen uren branden, worden niet heet, hebben een langere houdbaarheid en zijn eenvoudig te testen. Dit maakt ze een veiligere en praktischere keuze voor veel watersporters.

Conclusie

Het verantwoord afvoeren van verlopen noodvuurwerk blijft een aandachtspunt, maar het gebruik van moderne alternatieven en goede training kan bijdragen aan meer veiligheid op het water. Overweeg daarom om je noodsignalen tijdig te vervangen en investeer in kennis en moderne middelen.

Volledig artikel is te lezen in het blad Zeilen van 01-01-2024